Salar de Uyuni: touren voor beginners

9 maart 2018
Laguna Colorada Uyuni

Goed, ik ben klaar met mijn wandeling van vier maanden en vele kilometers door La Cordillera. En nu heb ik een eerste-wereld-luxe-probleem: ik heb nog wat tijd in Zuid-Amerika over voordat ik terug naar Nederland reis.

Komt het even goed uit dat de Atacama-woestijn hier, een soort van, in de buurt is. Het is een plek waar ik altijd al naar toe heb willen gaan. Dus… ik verlaat onstuimig Patagonië voor het noorden van Chili.

Het dorpje San Pedro de Atacama blijkt een waar toeristisch paradijs te zijn en zéker nu het hoogseizoen is. Er is veel te zien en te doen rondom het dorp, maar bijna alle bezienswaardigheden zijn alleen met een 4×4 te bereiken. In mijn geval is dat een tour. Inclusief reisleider, programma en vele anderen in een soortgelijke situatie.

Ik huur een fiets en bezoek de Valle Lunar.

Het is er indrukwekkend.

En best druk.

Zo zijn er verschillende groepen sandboarders inclusief gezellige muziek.

Enzo.

Hop! Ik kan het!

Ondanks mijn twijfels; ga ik dit na vier maanden bijna alleen te hebben gelopen als eigenwijze Clara leuk vinden?, besluit ik een driedaagse tour te boeken. Ik duik er diep in! Drie dagen! Drie volle dagen! Tourist!

De tour in het kort (en wat ik van de uitleg heb onthouden): naar Bolivia, Nationaal Park, geisers, flamingo’s, Llama’s, hot springs, Salar de Uyuni, zes mensen in een 4×4 en een bestuurder die geen Engels spreekt. ‘Oh en neem 6 liter drinkwater, snacks en zonnebrandcrème mee’.

We beginnen met een ‘Mea Culpa’

De volgende ochtend sta ik klaar op het ophaalpunt. Hoewel het nog donker is, is het een komen en gaan van 4×4’s die touristen voor de verschillende tours ophalen.

Als er een auto stopt en de bestuurder iets als mijn naam noemt (ik ga hier door voor Clara in plaats van Cla-ie-re). Kijkt hij verbaasd naar mijn bagage ‘neem je dit allemaal mee?’, vraagt hij. ‘Eh. Ja. Dit is alles dit ik heb’, antwoord ik terwijl ik denk dat mijn ULW-kampeeruitrusting écht niet veel is, naar mijn idee sjouwt de gemiddelde backpacker het dubbele mee.

Nadat we de rest van de groep hebben opgehaald, stelt de bestuurder zich voor en vertelt dat we vandaag naar een of andere laguna’s gaan. ‘Ehm, het is de bedoeling dat ik drie dagen naar Bolivia ga, vandaar mijn bagage’, zeg in mijn beste Spaans.

We komen erachter dat de chauffeur geen Clara kwam ophalen maar Hanna uit België. Tsja, ’s ochtend vroeg klinkt Hanna best als Clara en hij heeft niets dan dat meer gecontroleerd.

We rijden terug naar het opstappunt. Daar wacht chauffeur Nino met mijn vijf groepsgenoten. Na een uitgebreid Mea Culpa stap ik in de juiste bus. En kan Hanna uit België op tour naar de één of andere laguna’s.

Goed, ik bied gelijk ook een Mea Culpa aan mijn groepsgenoten aan om mijn eerste, kansloze indruk wat te verzachten.

Mijn groepsgenoten spreken allemaal Engels en twee spreken ook Spaans. Chauffeur Nino brengt ons eerst naar het kantoor van de Carabineros de Chile, een paar minuten verderop aan de rand van het dorp, voor een uitreisstempel. Daar blijkt de weg naar de pas en de grens met Bolivia nog gesloten te zijn; het heeft gisterenavond gesneeuwd en de weg is onbegaanbaar.

Terwijl wij ontbijten (verzorgt door Nino) arriveren er meer (heel veel) busjes met touristen. Als het kantoor een paar uur later opent, verwacht ik totale Zuid-Amerikaanse chaos, maar de chauffeurs blijken met elkaar afgesproken te hebben wie er wanneer aan de beurt is.

Nino blijkt een oude rocker te zijn en onder stereo volume ‘luid’ en klassiekers uit de jaren ’80 scheurt hij ons naar Hito Cajón, de grens. Later begrijpen we zijn haast, want ook bij de Boliviaanse grens wacht een lange rij touristen.

Nadat hij ons door de procedure heeft geloost (bij de Bolivianen is het wat minder gezellig dan bij de Carabineros de Chile), draagt hij ons over aan Oscár, onze Boliviaanse chauffeur. Oscár is een man op leeftijd, draagt een coureurspak en heeft ook gepaste haast. Nino roept ons nog toe dat we overal mogen lopen maar niet op de groene delen ‘dat is het eten van de flamingo’s’.

Ook Oscár heeft een stereo in zijn auto. Hij luistert naar lokale muziek, maar als we onze telefoon met muziek aan willen sluiten dan mag het ook.

Inmiddels zijn we in het Eduardo Avaroa Reservado, een park op 3500 meter hoogte, aangekomen. Bij een meer mogen we uitstappen, foto’s maken en verderop wacht Oscár met de 4×4. Dit herhalen we een paar keer.

Het is precies wat ik niet echtleuk vind; k geef mij er aan over, wat anders?

De landschappen en uitzichten zijn namelijk ontzettend mooi. Oscár blijkt overigens een rustige en beheerste chauffeur te zijn; ‘de auto hoeft niet stuk’.

Ergens in de middag arriveren we, net zoals heel veel andere 4×4’s, bij een restaurant en Polques Hot Springs (4400 meter). Alweer verwacht ik chaos, alweer blikt dat niet zo te zijn. ‘Ga eerst maar naar de hot springs, over een half uur staat de lunch klaar’, zegt Oscár.

Deze termas heb ik dit keer niet voor mij alleen… maar de pret is er niet minder om.

Na de termas wacht er, zoals beloofd, een lunch aan een tafel met kleed, stoel, bord, bestek en meer. Dít is wat anders dan koekjes, noodles en een hand pinda’s ergens onder boom tussen koeievlaaien en aangevallen door Tábano’s!

Sol de Mañana geysers

Het weer verandert hier snel: van bloedheet naar ijskoud. Bij Sol de Mañana geisers (4850 meter) worden we zelfs getrakteerd op sneeuw. De anderen zijn niet zo onder de indruk van het koude en dorre landschap.

Ik kan er geen genoeg van krijgen!

De 4×4 tuft verder naar de volgende verrassing: Laguna Colorada.

Ondanks dat het hier echt heel mooi is, voelt het aankomen rijden als een prinses in een auto (samen met tig andere auto’s) een beetje als valsspelen.

…hier geen barre tocht te voet, maar een paar stappen ‘voor de foto’…

Ik denk dat de beloning voor mij groter voelt als ik er meer moeite voor heb gedaan dan wat geld betalen en in de juiste 4×4 stappen.

De zon onder gaat brengt don Oscár ons met een rockende stereo naar Villamar, een gehucht. Ook hier geen chaos, maar een net hostel met 6-persoonskamers en 6-persoons eettafels: we zijn tenslotte een groep!

Wie betaalt kan zelfs douchen, maar dat vind ik wat overdreven op zo’n afgelegen plek in de woestijn en na een dag in de auto zitten.

De volgende ochtend brengt Oscár (in racepak) ons naar de mooiste plekken in de omgeving.

Bij iedere plek mogen we uitstappen, foto’s maken en weer over xx minuten terug bij de 4×4 zijn.

Voor een keer is het best OK.

Die avond brengt hij ons naar dorp Uyuni; waar we overnachten omdat het regenseizoen is. Hij vertelt dat we morgen vroeg vertrekken naar de Salar de Uyuni, dat waar de hele tour om draait. De Zoutvelden zijn vanwege het regenseizoen een meer, dat had te tourverkoper in San Pedro mij al verteld. Toch gaat er geen lampje branden als Oscár zegt dat het morgen koud en nat zal zijn en dat we voor een kleine prijs laarzen kunnen huren. Ik heb wandelschoenen waar ik toch niet echt dol op ben, dus als ze een beetje nat en zoutig worden maakt mij dat niet zoveel uit.

Dom. Dom. Dom.

Blijkt later.

Salar de Uyuni

Stipt om 4.30 uur rijden we van Uyuni naar de Zoutvelden, in dit geval het Zoutmeer. Het is, bijna, het grootste zoutveld ter wereld met een laag van zo’n 12 meter.

Nog steeds is er geen lampje gaan branden.

Het water in het meer staat niet hoog, maar voordat we het meer bereiken is er een geul met daarin onzichtbare kuilen. We rijden in kolonne om de doorsteek gemakkelijker te maken. Als Oscár (nog steeds in z’n racepak) ziet dat een voorganger iets te diep in een kuil verdwijnt probeert hij betreffende kuil te ontwijken. Wij komen in een nóg diepere kuil terecht. Oscár weet de 4×4 heel voorzichtig uit de zout-waterige positie te krijgen en parkeert de auto niet veel later ergens midden in het meer, in afwachting van de zonsopkomst.

Op het water drijven zoutvlokken.

Omdat we op 3650 meter zijn is het héél erg koud en echt aantrekkelijk is het niet om het donkere water in te stappen. Oscár moet ons zelfs uit de 4×4 sturen. Snel bedenk ik mij dat het slim is mijn sokken uit te doen, dan heb ik straks iets warms om aan te trekken.

Het water blijkt enkeldiep, ijskoud en uit 99,99% zout te bestaan. Ja, er hád iets eerder een lampje kunnen gaan branden – maar ik ben een tourist en zit volledig in mijn rol.

Terwijl de zon opkomt worden er steeds meer 4×4’s rondom ons zichtbaar.

Daarna tuffen we langzaam richting het Zouthostel voor het ontbijt.

Het Zouthostel; het is nu nog rustig…

Terwijl de groep ontbijt, is Oscár druk met de motor van de 4×4 die niet zo blij met het 99,99% zoutbad blijkt te zijn.

Bij het hostel is het feestelijk druk, maar terwijl Oscár klust aan de motor wordt het steeds rustiger rondom het hostel.

De groep houdt zich bezig met het maken van de obligatoire foto’s.

Ook ik ontkom er niet aan.

Intussen is het Oscár gelukt om de motor weer aan de praat te krijgen en tuffen we rustig terug naar Uyuni.

Nadat we gestopt zijn om souvenirs te kopen: Kleur! Handgebreid! Keuzestress!, worden we losgelaten op het Treinkerkhof.

Uiteraard om foto’s te maken.

Er volgt een lunch en dan is het tijd om afscheid te nemen en weer zelfstandig te functioneren. 🙂

Gelukkig hebben we geen paspoort nodig om onze comfortzone te verlaten – wijze woorden van Saar

Foto’s Ruta 5 Lagunas (Argentinië)

In een eerder blog schreef ik dat ik foto’s was kwijtgeraakt. Goed nieuws; ik heb ze terug gevonden en alsnog geplaatst.

Gerelateerde berichten

  • Roos 9 maart 2018 at 18:59

    Mooi verhaal Claire 😂!

    • Claire 9 maart 2018 at 19:02

      Thanks 🤗

  • Erna van Garderen 9 maart 2018 at 19:54

    Mooi vertelt. Mooi verhaal. Maar idd niet geheel jouw stijl. Maar toch wel veel gezien. Toch.
    Knuf

  • Biking Banker 10 maart 2018 at 13:38

    Ha, chica Holandesa es chica turistica!
    🙂
    En waar nu naar toe, toch niet naar huis…?
    (hoewel, een warm bad en schone sokken..)
    Heerlijk je verhalen, veel plezier nog!

    • Claire 17 maart 2018 at 00:39

      …nog niet…

      • Biking Banker 18 maart 2018 at 16:15

        …nog voldoende sokken die voor schoon door kunnen gaan 😉

        • Claire 18 maart 2018 at 16:31

          ehmmm – de vraag stellen is ‘m beantwoorden 😶

  • joep 12 maart 2018 at 15:36

    schitterende foto’s en een goed verhaal