Europa, Piemonte

Grenswandelen: Piëmonte, Mercantour en de Maritieme Alpen

7 september 2021
Grenswandelen Piemonte

Van Limonetto naar Oulx. Geen individuele wandeltocht en ook geen groepsreis voor Reiske. Dit keer wandelt Reiske met één Reisgenoot de bergen in. Een reisgenoot met weinig trektochtervaring. Dit verslag is vanuit het oogpunt van een nieuweling in de Alpen. Leidraad is Reiske’s imaginaire bingokaart. “Dat is er één voor je bingokaart!”, klonk het bij nieuwe ervaringen gedurende vier weken in de Alpen. De kaart met de afgelegde route staat onderaan het blog.

Dieren

“Wow! Je hebt in je eerste uur in een Alpentrektocht al een marmot gespot”. Reiske is onder de indruk. Na uit een taxibusje te zijn gestapt te midden van vervallen skichalets in Limonetto, zijn we op pad voor onze eigen grenstocht. De marmotten trekken zich weinig van ons aan. Marmotten waarschuwen elkaar voor gevaar door te fluiten. Het fluiten maakt ze voor ons juist makkelijk te spotten. De wakende/poserende marmot op een rotsblok zullen we nog vaak tegenkomen.

De eerste dag maken we gelijk kennis met de bewoners van praktisch iedere berg die we aandoen: landbouwhuisdieren en hun bewakers. Runderen lopen vrij rond. Schapen worden behalve door een herder voornamelijk door honden gehoed. De Pyrenese berghond, door de Fransen Patou genoemd, beschermt de schaapskudde tegen wolven en andere indringers. In tegenstelling tot sommige honden die je in Nederlandse bossen aantreft, zijn de Patou’s zeer gedisciplineerd en taakbewust. Als portiers begeleiden ze ons dwingend en beheerst commanderend langs de kudde.

Aan het einde van een lange wandeldag, in de derde week van de tocht, installeren we de tent op de flank van de Monte Albergian. We zijn moe, zijn net een gigantische schaapskudde gepasseerd, en hopen op voldoende afstand van de schaapskooi te staan. Dat blijkt niet zo te zijn. Ieder uur komen de Patou’s een rondje blaffen rond de tent. Stil liggen, rustig tegen de honden praten, wachten tot ze weggaan. Ze zijn weg. Ze zullen nu toch wel snappen dat er geen wolven in dit tentje zitten? Ze zijn weer terug. De plas maar een nachtje ophouden. Met deze waakhonden ’s nachts de tent uitgaan lijkt onverstandig. De wind zwelt aan en rukt aan het tentdoek. “Wie gaat de tent uit als er een haring losschiet? Of als een hond een scheerlijn lostrapt?” Na een doorwaakte nacht ontbijten we met koude melk en havermout in de tent. De buitentent is een tarp en sluit niet tot de grond. Opeens steekt er een snuit met bedelende ogen onder het doek door. Een gelekte druppel melk heeft de honden gekalmeerd. En ons ook. Nu kunnen we kalm de tent uit, inpakken (zoals iedere ochtend: de oorkruipers uit de rugzakhoes schudden) en weer op pad.

Ook gespot voor de bingokaart: de Alpensteenbok (ibex), een gier, een steenarend, Alpenkauwen, hagedissen in alle hoeken en gaten, slangen, vlinders, muggen, steekvliegen, een vos – oh nee, het was toch een marmot, ezels, muildieren en paarden.

Het weer

De tocht is eigenlijk nog niet begonnen. Wandelend van treinstation Torino Porta Susa worden we overvallen door stortregens. Eenmaal in het hotel volgt er onweer. Ook op de eerste wandeldag moeten we schuilen voor onweer (gelijk de bingokaart ingevuld). Schuilen betekent in dit geval: hurken op de helling en niet de open vlakte opgaan. De bliksemflitsen gaan na een half uurtje voorbij. Gedonder blijft hoorbaar en de regen verdwijnt ook niet. Gelukkig is dit geen voorbode voor de rest van de vakantie. Slechts op drie dagen regent het vrijwel aanhoudend. Als bonus belanden we van het pad af in een veld vol met de zeldzame plantensoort Edelweiss.

Edelweiss

Hoe verder augustus vordert, hoe warmer het wordt. Op rustdagen in het dal gaat de teller tot boven de 30 graden. Vroeg beginnen met wandelen en voor het echt heet wordt hoog in de bergen zijn, is het devies. Op de etappe van Lago Rouen naar de Colle del Sabbione is het qua temperatuur afzien. We hebben weinig water mee, omdat we onderweg op stroompjes rekenen. Na het ontbijt vullen we de bidons met water uit het Lago Rouen. Na de beklimming naar de Colle de Monte Robinet, met daarop de kapel Madonna Degli Angeli, waar in geval van noodweer overnacht kan worden, lopen we in de blokkenveldafdaling van Cassafrera richting de Colle del Vento.

Helaas is er onderweg geen water te vinden. Eerst nog twee uurtjes doorlopen. Dan vinden we een fontana en is het tijd voor een lange pauze in de schaduw.

In de zomerse bergen is het ’s nachts fris. Op 2500 meter hoogte gokken we dat het kwik af en toe terugloopt tot 5 graden Celsius. In de tarptent met een zomerslaapzak is dat redelijk fris. Met muts op en een donsjas aan is het echter goed te doen. Vroeg in de ochtend, klimmend richting de 3000 meter (zoals de Colle di Bellino – goed pad – en de Passo Calatà – losliggende steengruis als pad), moet Reiske’s reisgenoot nog handschoenen aan. De benen blijven wel warm, dus gaat de reisgenoot voor de modieuze combinatie van skihandschoenen met korte broek.

Wandelpaden: van rode loper tot eigenlijk-is-dit-niet-leuk-meer

Zijn we aan het wandelen of klimmen? De wandelstokken zijn opgeborgen. Beide handen zijn nodig om houvast aan een rotsblok te hebben. Kracht zetten met de benen, niet achterover vallen met de grote rugtas, stevig vasthouden met de handen. We zijn vanaf de Refuge de la Valmasque op weg naar het Lac de la Fous, in de buurt van de Refuge de Nice. Langs de grens van het Franse nationale park Mercantour loopt een nauwelijks belopen route, omhoog naar de Passe de la Fous. Nadat in de ochtend het niet-bestaande-pad al van de bingokaart gestreept kon worden, is er nu het handen-en-voeten-pad. Bij de bivakplek komen meerdere paden samen. We blijken het lastigste pad gekozen te hebben. Groepen wandelaars zijn over langsafstandwandelpad Grande Traversata Delle Alpi (GTA) aangekomen.

Kunnen we de komende dagen wat meer over de GTA lopen? Dit is niet meer wat ik in gedachten had bij een wandelvakantie…

De GTA maakt het wandelen een stuk makkelijker. Een zee aan rood-witte vlaggetjes, geschilderd op rotsen, wijst de weg. Blokkenvelden, zandpaden, met graspollen overgroeide paden, met andere planten overwoekerde paden. De GTA heeft het allemaal.

We komen nog steeds moeilijke passages tegen, zoals bij de afdaling van de Cima della Lombarda. Vanaf de top is de snackbar (Reiske: “ik heb trek in friet met Franse mayo!”) op de Col de la Lombarde te zien. Wat niet te zien is: een pad. Er is slechts een steil aflopend blokkenveld. Het regent en waait. Op de billen gaan zitten om op een volgende rotsblok te kunnen stappen. Makkelijker gezegd dan gedaan met een grote tas op de rug. Na een uur komen we eindelijk bij een vlakker gedeelte, waar de skiliftstoeltjes wachten op een witter seizoen. Op de grens van Frankrijk en Italië was het iets te optimistisch om frietjes met Franse mayo te verwachten. De verse maaltijd met bessentaart toe is echter heerlijk. En: het is droog geworden.

We lopen in grensgebied waar de afgelopen eeuwen flink gevochten is tussen de Fransen, de Piëmontiers en de Oostenrijkers. Aan beide zijden van de huidige Frans-Italiaanse grens zijn militaire bolwerken aangelegd: forten, kazernes, kazematten.

Om die bouwwerken te bereiken, hebben de militairen wegen uitgehakt. De Ex-Strada Militare, zoals het aan Italiaanse zijde heet. Wielrenners noemen het geitenpaadjes, maar voor wandelaars zijn het snelwegen. Het is heerlijk gedachteloos kilometers maken over onder andere de Strade Militare del Colle Barant, Colle di Fremamorta en de Colle del Finestre – Gran Serin bij de fortificaties van de Assietta.

Bivak

Reiske heeft maanden online vooronderzoek gedaan om geschikte bivakplaatsen te vinden en in Locus (onze navigatie-app) in te tekenen. Voorwaarden voor een geschikte bivakplaats: vlak, geen harde ondergrond (er moeten haringen in de grond), water in de buurt, enige beschutting en niet in de buurt van de bewoonde wereld. Een voorwaarde die ik na vier weken zou willen toevoegen: geen geiten-, schapen- of koeienpoep op de grond. De satellietbeelden op Google Earth zijn helaas niet goed genoeg om poepplaatsen op te kunnen sporen.

De jaren aan strijd hebben de Alpen bezaaid met inmiddels in onbruik geraakte militaire bolwerken. Veelal staan de muren nog overeind, terwijl het dak het heeft begeven. Het is niet veilig om in de ruïnes te slapen. De muren bieden ons wél bescherming tegen de wind. Tarptent is sterk, maar vangt veel wind – volgens Reiske is het een “luchtige” tent. De kunst is om de tent beschut op te zetten, zodat de wind er niet te veel onder kan komen. Als er geen natuurlijke bescherming is, kunnen de kazernes en forten uitkomst bieden. Als er ook geen ruïnes zijn, bouwen we wel ons eigen windscherm van rotsblokken. De rugzakken liggen buiten de binnentent, onder de tarp. Zo doen ze dienst als windscherm. Binnen hangen we een regenjas op als extra windbescherming.

De idyllische bivakplek vinden we om de paar dagen: aan Lago Rouen, bij de Lacs du Lausfer, net boven het gehucht Ferrere (toch in de buurt van bebouwing – check; toch in een weiland – check), naast een verlaten hut in de buurt van Monte Bellino. De mooiste bivakplek is net ten noorden van de bron van de Po. De Monviso torent met 3800 meter boven de Po-vlakte uit en wij hebben er prachtig uitzicht op.

In de buurt van Villanova vinden we geen bivakplek. Het dorp ligt in een kloof met hoge rotswanden rondom. Kloven bieden weinig vlakke plekken voor een tent. In Villanova vragen we de uitbaatster van de Posta Tappa om een ‘camera’. In het twintig huizen tellende dorp krijgen we de sleutel van één van de leegstaande toeristenkamers.

Omdat de Reisgenoot klaagde makkelijkere paden te willen volgen, wordt er op dag 3 afgeweken van de geplande route. Het makkelijkere pad is langer en we weten niet of er wel een geschikte bivakplek is aan het einde van de dag. Op de kaart lijkt er een plek te zijn met twee waterstromen. Als we daar rond 18:00 uur zijn (om 7:30 uur begonnen met wandelen), blijkt de grote bron officieel te zijn afgesloten door een rotslawine. De kleine bron bestaat niet. Er is geen vlakke plek in de buurt te vinden. Gokje: rugzak af en Reisgenoot gaat water halen bij de stroom met rotsblokken. De 2-liter waterzak ook gevuld. Extra gewicht mee naar boven; dat moet maar. Daarna doorlopen naar een plek waar met een beetje geluk een meertje is. Daar kunnen we dan water filteren en hebben we morgenochtend ook nog wat te drinken. Tegen 20:00 uur is Reiske het zat. Reisgenoot krijgt de opdracht om alleen zonder rugzak vooruit te lopen naar het al dan niet bestaande meer. Als er geen bivakplek is, moeten we terug. Zonder rugzak gaat het snel. Binnen tien minuten is er een meer gespot. Het heeft zelfs een naam: Lac de Cerise. Er is nét voldoende plek voor een tweepersoonstarptent. Het is niet helemaal vlak. De muggen steken door mijn t-shirt en de steenbokken kijken vanaf de Col de Cerise toe. Morgen gaan we ze achterna. De laatste-kans-anders-moeten-we-uren-terugwandelen-bivak kan ook afgevinkt worden.

De nachten op de campings zijn uiteindelijk het vervelendst. Als passanten krijgen we de slechtste plekjes op de camping. We stonden op het geitenpoepveld, naast de hangplek van de campingjeugd, in de schijnwerpersen en tussen de barbecuetafels. In windgat Oulx hebben we de beste plaats, tussen de stacaravans die de wind breken.

Eten en drinken

Het voedselplan is net zo ingewikkeld als de route. We vertrekken met voor zes dagen gevulde tassen: gevriesdroogde avondmaaltijden, hartkeks (Mariakaakjes) plus beleg, gedroogde worst, kaas, repen, noten, havermout, melkpoeder en wat extra’s voor bij de havermout zoals gedroogd fruit, zaden en pitten en nog meer noten, want daarin zitten veel eiwitten en caloriën. Naar de eerste camping, in het Franse dorp Saint-Etienne-de-Tineé, hebben we een voedselpakket opgestuurd (“c’est du vin?”, grapt de receptionist, wijzend naar de zware doos). Weer voor vijf à zes dagen aan voedsel. Daarna schakelen we over op dat wat de lokale minimarkten ons bieden. Omdat het voedsel lang houdbaar in hoge temperaturen moet zijn, zijn we beperkt tot noodles, wraps, brood, noten, pinda’s en voor de dag van vertrek uit de bewoonde wereld wat vers brood en fruit. Reiske gaat daarnaast voor lokale kaas en droge worst, Reisgenoot lust dat niet en slaat een zak of twee, drie extra noten in. Doordat we in de eerste twee weken spaarzaam met de Adventure Food en de Real Turmat zijn geweest, hebben we nog wat gevriesdroogde maaltijden over.

We kunnen spaarzaam zijn met het rugzakvoedsel door volop gebruik te maken van berghutten en dalrestaurants. We testen allerlei nieuwe gerechten voor de bingokaart. Polenta normale en pasta blanca zijn favoriet bij Reisgenoot. Gelukkig wordt dat zo ongeveer overal geserveerd. Reiske eet alles, zolang er maar een quartino di vino rosso bij geserveerd wordt. Ook dat wordt gelukkig overal geserveerd. In het pittoreske dorpje Celle (Cuneo) treffen we een Osteria voor ons alleen. Een vijfgangenmenu en VIP-behandeling later verlaten we in de middaghitte de vallei en klimmen (750 meter) en dalen (750 meter) naar Maddalena Pontechianale. “Bingo”, puft Reiske – een tocht lopen op volle maag.

Water is onze belangrijkste levensbron. We dragen twee bidons en een twee-liter waterzak mee. Omdat water zwaar is en alle kilo’s mee de berg op moeten, drinken we vooral op de plek van een bron. Kamelen noemt Reiske dat. Het liefst een waterstroom die direct uit de berg komt, dat is het meest lekkere en schone water volgens Reiske. Rond dorpjes hebben bewoners fonteintjes gemaakt. In de bergen is het soms een beetje zoeken naar de beste plek om water in de bidon te krijgen. Als een wandelaar naar een langzaam druppelde bron wijst en zegt dat er geen water is, gaat Reiske met pannetjes in de weer. “Druppelend water is óók water, onze bidons zijn leeg en de komende uren is er waarschijnlijk geen bron”.

In een enkel geval vinden we alleen stilstaand water, en gaat Reiske met het waterfilter aan de slag. Of, zoals op de laatste wandeldag, als we geen waterfilter hebben: op hoop van zege!

Van Limonette naar Oulx: in vier weken door de Piemonte

List   

Information
Click following button or element on the map to see information about it.
Lf Hiker | E.Pointal contributor

Mercantour   

Profile

50 100 150 200 5 10 15 Distance (km) Elevation (m)
No data elevation
Name: No data
Distance: No data
Minimum elevation: No data
Maximum elevation: No data
Elevation gain: No data
Elevation loss: No data
Duration: No data

Description

Mercantour

Monviso   

Profile

50 100 150 200 5 10 15 Distance (km) Elevation (m)
No data elevation
Name: No data
Distance: No data
Minimum elevation: No data
Maximum elevation: No data
Elevation gain: No data
Elevation loss: No data
Duration: No data

Description

Monviso

Orsiera   

Profile

50 100 150 200 5 10 15 Distance (km) Elevation (m)
No data elevation
Name: No data
Distance: No data
Minimum elevation: No data
Maximum elevation: No data
Elevation gain: No data
Elevation loss: No data
Duration: No data

Description

Orsiera
Beleef je veel plezier aan dit blog? Trakteer Reiske op een espresso of Piemontese borrel!

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply